Visie
Stewardship in plaats van top-down aansturing
Een stabiel, veilig, betaalbaar, weerbaar en duurzaam energiesysteem vraagt om beheer dat dicht bij het gebied zit, niet om sturing van bovenaf. Dat is geen technische vraag alleen, maar vooral een vraag naar organisatie: wie verbindt in een gebied wat het net aankan met wat ruimtelijk en maatschappelijk is toegezegd, en wie is daarop aanspreekbaar?
Elke fase is mooi op zichzelf
De natuur laat zien hoe een transitie werkt: geen sprong van de ene toestand naar de andere, maar een reeks fases die elk hun eigen waarde hebben. Dat is precies hoe wij verduurzaming aanpakken — stap voor stap, en elke stap levert nu al iets op.

Lente
Beginnen. Verkennen wat er kan.

Zomer
Doorpakken. Opwek en opslag.

Herfst
Oogsten. Wat het oplevert.

Winter
Zekerheid. Ook als het tegenzit.
Vier seizoenen, vier fases. De reeks loopt van licht en fris naar vol en donker naar goud en ten slotte naar sneeuw — en geen enkele fase is de mindere van de andere.
De energietransitie lijkt een technische opgave. In de praktijk is hij vooral economisch én sociaal gedreven.
Een samenspel van kleine stappen in verschillend tempo, waarin voortgang ontstaat door respectvol om te gaan met uiteenlopende belangen. Inspiratie laat zich verspreiden. Verbinding laat zich maken. Kennis laat zich overdragen. Duurzame keuzes worden vanzelf aantrekkelijker — mits technische, economische en sociale belangen rechtvaardig worden gewogen.
Uitwerking
Twee invalshoeken
Wim kijkt naar de governance: wie organiseert de samenwerking in een gebied en wie is daarop aanspreekbaar. Irmelin kijkt naar de architectuur van het systeem zelf. Klik voor het hele verhaal.
Vooral een herverdelingsvraagstuk
Achter de techniek zit een verdelingsvraag: wie krijgt de schaarse ruimte in het net, en wie betaalt wat het geheel kost. Wij vinden het eerlijker en rechtvaardiger als wie de piek veroorzaakt ook de hoogste lasten draagt. De kosten van de energietransitie horen niet zonder meer uitgesmeerd te worden over alle kleinverbruikers — ook niet over wie geen piek veroorzaakt en geen ruimte heeft om te investeren.
Tegelijk vraagt zo’n herverdeling om kleine stappen. Een rekening die te snel verschuift, roept weerstand op en kost draagvlak, en zonder draagvlak komt er niets van de grond. Kleine stappen betekenen alleen geen stilstand: pioniers en versnellers moeten juist de ruimte krijgen om te experimenteren met nieuwe vormen van duurzame oplossingen. Daar wordt geleerd wat later voor iedereen kan gelden.
Waar we hieraan werken
Deze vragen zijn te groot voor één bureau, dus we werken ze uit met anderen.
Wij zitten in denktanks over de inrichting van het decentrale energiesysteem, waaronder Transform, de hackathon van Synergy en andere brainstormevents over de energietransitie. Wat daar wordt bedacht, toetsen wij in de gebieden waar we werken — en wat we in die gebieden tegenkomen, brengen we daar weer in.
Uitwerking
De gebiedsgerichte organisatie van het energiesysteem
Wim Schaap werkte deze vraag uit in een essay (september 2026). Hieronder de kern ervan, in het kort.
Het patroon: pilots die niet beklijven
Slimme laadpleinen, buurtbatterijen, energiemanagement en collectieve transportafspraken werken technisch. Maar zodra de subsidie stopt of de projectleider vertrekt, raken gegevens verspreid en blijken afspraken niet overdraagbaar. De oplossing werkte; de samenwerking kreeg geen eigenaar. Op een bedrijventerrein kan een parkmanagement of vereniging namens de deelnemers tekenen — in een woonwijk ontbreekt zo’n vertegenwoordiger meestal.
Netcongestie is een verdelingsvraagstuk
Schaarse capaciteit bepaalt waar gebouwd kan worden, welke bedrijven kunnen verduurzamen en welke voorzieningen ruimte krijgen. Het gaat dus niet alleen om hoeveel netcapaciteit er is, maar om het gebruik ervan, de zeggenschap erover en de verdeling van kosten en opbrengsten. Verzwaren blijft nodig, maar kan niet overal tegelijk; flexibiliteit overbrugt de tussenliggende jaren.
De ontbrekende functie zit tussen de bestuurslagen
Het energiesysteem heeft een eigen geografie: kabels, trafo’s en netvlakken trekken zich weinig aan van gemeentegrenzen. De gemeente kent de ruimtelijke opgave, de netbeheerder de technische toestand, bewoners en bedrijven bezitten de apparaten, marktpartijen leveren de diensten — maar niemand overziet het geheel op wijk- of terreinniveau. Dat gat vraagt geen nieuwe bestuurslaag, maar wel een blijvende gebiedsfunctie die drie dingen verbindt: inzicht in het fysieke net, maatschappelijke en ruimtelijke afwegingen, en bindende afspraken over handelen, investeren en verrekenen.
Twee bouwstenen: een gebiedssteward en een capaciteitsbudget
- De gebiedsstewardEen onafhankelijke functie die binnen de grenzen van de netbeheerder de lokale afstemming, de toegang van dienstverleners, de gegevensuitwisseling en de verrekening organiseert. Hij handelt niet voor eigen rekening en neemt geen wettelijke netbeheertaken of democratische besluiten over. Eerst de functie en de waarborgen, daarna de vraag welke organisatie en rechtsvorm erbij past.
- Het capaciteitsbudgetGeen nieuw transportrecht, maar een plaats- en tijdgebonden profiel dat zichtbaar maakt hoeveel veilige gebruiksruimte er op een netvlak is, met aparte grenzen voor afname en invoeding en ruimte voor basisgebruik, onzekerheid, veiligheidsmarge en stuurbaar vermogen. De netbeheerder stelt die grenzen vast; de onderbouwing moet navolgbaar en herbeoordeelbaar zijn. Waar een bestemmingsplan de ruimtelijke gebruiksruimte verdeelt, maakt dit budget de energetische gebruiksruimte zichtbaar.
Passief gebruik beschermen, actieve flexibiliteit belonen
Wie gewoon stroom afneemt, houdt zijn rechtspositie, zijn vrije leverancierskeuze en voldoende ruimte voor koken, licht en huishoudelijk gebruik. Wie zelf geen batterij, laadpunt of energiemanagementsysteem heeft, hoeft ook niet mee te betalen aan die apparatuur van anderen: die wordt betaald door de eigenaar en terugverdiend uit de diensten die zij levert. Alleen voorzieningen waarvan aantoonbaar iedereen in het gebied profiteert, kunnen uit de collectieve pot komen. Wie wél stuurbaar vermogen beschikbaar stelt — een auto, batterij of warmtepomp — houdt de zeggenschap over comfort en mobiliteit en wordt beloond voor flexibiliteit die het net aantoonbaar ontlast. Grote vermogens worden daarbij automatisch afgestemd, zodat bewoners niet zelf op de netbelasting hoeven te letten.
Eerst een signaal en een vergoeding, pas later een markt
Een landelijk gunstig prijsmoment kan lokaal samenvallen met een volle kabel: als alle laadpunten om negen uur beginnen, ontstaat de piek juist. Daarom is een lokaal capaciteitssignaal nodig, in vier stappen: inzicht in de veilige ruimte, een open signaal waarop apparaten reageren, een transparante vergoeding voor geleverde flexibiliteit, en pas daarna — bij genoeg deelnemers, meetbaarheid en concurrentie — de vraag of lokale prijsvorming zin heeft. De opbrengsten en kosten komen samen in een lokale capaciteitsrekening, waarin gerealiseerde kasstromen, aantoonbare kostenbesparingen en maatschappelijke baten niet door elkaar heen lopen.
Een groeipad in vier lagen
- 1. Afspraken — kan nu alMeten in een transformatorgebied, netgegevens delen, het stuurbare vermogen in beeld brengen en een schaduwbudget berekenen naast het werkelijke gebruik. Een lichte stewardfunctie beheert data, register en gebiedsbeeld; geen nieuw mandaat nodig.
- 2. Contracten — kan nu alBestaande instrumenten belonen flexibiliteit die het lokale net ontlast: capaciteitsbeperkingscontracten en groepstransportovereenkomsten voor grootverbruik, en voor kleinverbruik een overeenkomst tussen netbeheerder, steward en een aggregator of coöperatie, mits deelname vrijwillig blijft.
- 3. Regelgeving nodigDe rol van Capacity Service Provider, registratie op wijkniveau, een meetstandaard en een beloningsstructuur. Daarmee kan de netbeheerder flexibiliteit uit een gebied structureel inkopen als alternatief voor verzwaring.
- 4. Wetgeving nodigOnderscheid tussen flexibele en niet-flexibele capaciteitsprofielen, en gebiedsregels die ook niet-deelnemers binden. De energiegemeenschap zelf is sinds 1 januari 2026 al erkend in de Energiewet.
Beginnen in één transformatorgebied
Onderzoek hoeft niet te wachten op een stelselwijziging. In één of enkele transformatorgebieden kan een proeftuin laten zien welke functies binnen de huidige regels te organiseren zijn en waar landelijke regels ontbreken. De gemeente is daarin aanjager en tijdelijke drager. Of dat uiteindelijk een energieschap wordt, hoeft niet vooraf vast te staan — een proeftuin hoort uit te wijzen welke functies waarde toevoegen en welke minimale organisatievorm nodig is.
Waarop we zo’n proeftuin willen afrekenen: aantoonbaar lagere pieken in afname en invoeding, geen verslechtering van spanning, belasting of fase-onbalans, geen verschuiving van het knelpunt naar een andere kabel of een hoger netvlak, een navolgbaar en herbeoordeelbaar capaciteitsbudget, behoud van vrije leverancierskeuze en overstapbaarheid, een begrijpelijke vergoeding, bescherming van passieve gebruikers, en genoeg standaardisering om het elders te herhalen.
Het energiesysteem volgt niet de grenzen van Rijk, provincie en gemeente, en dat hoeft ook niet. Wel moet op elk netvlak duidelijk zijn wie de som maakt, wie beslist en wie daarop aanspreekbaar is.
Tweede invalshoek
Van real-time sturing naar autonome gebieden
Wim kijkt naar de governance: wie organiseert de samenwerking en wie is aanspreekbaar. Irmelin kijkt naar de architectuur van het systeem zelf, en komt daarbij tot een andere ordening.
Ons net is nu één groot, centraal en real-time aangestuurd systeem. Alles hangt met alles samen en alles moet op hetzelfde moment in balans zijn. Dat maakt het kwetsbaar: een storing op één plek kan zich als een domino door het geheel verplaatsen, en elke oplossing vraagt méér digitale sturing, méér datastromen en méér partijen die precies op tijd het juiste moeten doen.
Het alternatief is een systeem van lokale energiegebieden die stabiel en zoveel mogelijk autonoom draaien. Opslag werkt daarin als een stelsel van sluizen: buffers die pieken en dalen vertragen en afvlakken, zodat vraag en aanbod planbaar op elkaar worden afgestemd in plaats van van seconde tot seconde. Een gebied dat zijn eigen ritme kan vasthouden, hoeft niet elk moment op het geheel te reageren — en als er in één gebied een storing is, hebben de andere daar geen last van. Dat is niet alleen efficiënter, het is ook weerbaarder.
De sleutel zit in de apparaten die er toch al staan. Als thuisbatterijen, zonnepanelen, windmolens, elektrische auto’s en warmtebuffers zelf, vanuit hun eigen regeling, de spanning in de straat en de frequentie constant houden, dan is de veiligheid van het net en de levering van stroom een eigenschap van het systeem in plaats van de uitkomst van een aansturing. Digitale signalen zijn dan nuttig om waarde te verdelen en te plannen, maar niet langer nodig om het net overeind te houden.
Dat heeft ook gevolgen voor de rekening. Het net viervoudig verzwaren om alle theoretisch denkbare pieken tegelijk te kunnen dragen, betekent koper in de grond en transformatoren die uiteindelijk via de nettarieven bij iedere gebruiker terechtkomen — ook bij wie die piek nooit veroorzaakt. Buffers en gebieden die hun eigen pieken opvangen, houden die investering beperkt tot wat werkelijk nodig is.